
Nooit gedacht het moordzuchtige Romeinse Rijk anno 2026 te zullen herbeleven. De tijden van de pedofiel Tiberius, de wrede Caligula en de waanzinnige Nero zijn terug. In het oosten woedt een zinloze oorlog ingegeven door tsaristische droombeelden. Het Midden-Oosten wordt geteisterd door een genocidale machtswellusteling en door een malicieuze narcist. De oorlog in Iran begon in maart.
Dat riep mijn herinnering op aan een gids in Rome. Die vertelde dat de naam van de maand maart is afgeleid van de Romeinse god Mars, de god van de oorlog. Maart was de tijd dat oorlog, het verdienmodel der Romeinen, weer kon beginnen. Dan was de modder weg en konden de dagmarsen opnieuw van start gaan. Bijvoorbeeld richting de Balkan landen om daar te plunderen en slaven te rekruteren.
Tegenwoordig is militaire activiteit niet of nauwelijks meer afhankelijk van de weersomstandigheden. De VS exploiteren hun wapenarsenaal niet enkel op elk willekeurig moment, maar ook willekeurig. De huidige Nero sprak onlangs zelfs over bombarderen ‘voor de lol’ en over het reduceren van een beschaving tot het stenen tijdperk. Dit soort mateloze agressie herinnert aan Dzjenzis Khan die in de 13e eeuw zijn mongolen, soms puur uit gekrenkte trots, hele steden inclusief de totale bevolking, liet vernietigen.
De oorlogszucht van de VS is overigens opvallend. In mijn studententijd domineerde de oorlog in Vietnam (tot 1975). Daarna volgen de Golfoorlog (1990-1991), de oorlog in Afghanistan (2001-2021), de Irakoorlog (2003-2011) en nu de oorlog in Iran. Tal van militaire interventies (bijv. Kosovo, Libië, Syrië, Somalië, Venezuela en, waarschijnlijk binnenkort, Cuba) zijn dan nog buiten beschouwing gelaten. Al die conflicten – van Vietnam tot en met Irak - zijn voor de VS op een mislukking uitgelopen. De gevolgen zijn menselijk leed, verharding, kapitaalvernietiging en economische malaise, ook in Europa.
Het is daarom niet verstandig de militaire attitude van de VS enkel te consolideren in de stupiditeit van een zittend president. Veeleer lijkt oorlog, net zoals in het Romeinse imperium, een economisch model van de VS. Het naoorlogse Europa daarentegen heeft met doorslaand succes samenwerking door middel van de Europese Unie als overlevingsstrategie gekozen.
Die strategie wordt nu op de proef gesteld. De vreedzame economische samenwerking en concurrentie binnen de EU heeft de aandacht voor defensie en voor de attitude van de VS doen verslappen.
Toch had Europa al veel langer de perceptie van de VS over Europa kunnen bevroeden. Ik herinner mij Dick Cheney. Die was minister van defensie in de VS tijdens de Golfoorlog en vicepresident in 2001-2009 onder de republikeinse Bush jr.. Cheney liet zich vaak laatdunkend uit over het ‘oude Europa’. De terughoudendheid van Europa tegenover oorlog was hem een doorn in het oog. Voor wat betreft de NAVO vond hij Europa ook een te aarzelende bondgenoot. Evenzeer vond hij dat de Europese landen meer moesten bijdragen aan de gezamenlijke defensie. De retoriek van de huidige republikeinse president over de NAVO komt dus niet uit de lucht vallen.
Evenwel, de huidige spanning tussen Europa en de VS kan worden gezien als een ‘zegen in vermomming’.
Dat zit zo.
In Europa dringt inmiddels het besef door dat de militaire en economische dominantie van de VS de Europese politieke en economische macht opbreekt. Het is nu zelfs zo dat de VS, althans de huidige regering, bewust probeert Europese landen uit elkaar te spelen. Dat gebeurt onder andere door openlijk rechts-populistische partijen in Europese landen, zoals onlangs in Hongarije, te ondersteunen. Extrapolatie van deze bemoeienis met onze binnenlandse politiek voert al snel tot denkbaar oneigenlijk gebruik op IT-gebied. De invlechting van ‘Silicon Valley’ en Microsoft in nagenoeg alle digitale communicatiesystemen in Europese landen kan als drukmiddel worden ingezet. Niet enkel de economische macht van deze techbedrijven wordt bedreigend, maar ook de eventuele politieke macht. Duitsland is al concreet bezig overheidsdocumenten te ontkoppelen van Microsoft. Daarmee kiest dit land voor een geleidelijk streven naar ‘digitale soevereiniteit’.
Zo’n ontkoppelende beweging staat in het teken van de strategie van de Europese Commissie. En die strategie wordt gedragen door het rapport ‘Draghi’ van september 2024 (The future of European competitiveness). Merk op dat dit rapport verscheen vóór de tweede termijn van de huidige Amerikaanse president! Anders gezegd, ‘Brussel’ is zich al veel langer bewust van de wankele band tussen Europa en de VS. Maar ‘Brussel’ is zich ook bewust van de betrekkelijke lethargie van zowel het Europese bedrijfsleven als van de Europese lidstaten. Het rapport ‘Draghi’ hanteert uiteraard diplomatieke terminologie. Maar de kritische lezer ontmoet harde taal. Eigenlijk komt die neer op de door de Canadese president Mark Carney geformuleerde slogan: ‘als je niet aan tafel zit, sta je op het menu’.
Daarom spreekt Draghi voor Europa over een existentiële uitdaging en bepleit hij een radicale verandering. Het condenseert in de noodzaak van groei en grotere productiviteit.
Wat zijn dan, kortweg, de voorstellen van ‘Draghi’?
In zijn voorwoord formuleert hij drie actiepunten én drie hindernissen.
De drie actiepunten zijn: 1. inzetten op innovatie door forse investeringen in onderzoek en ontwikkeling (m.n. IT en AI), 2. realiseren van schone, goedkopere energie en 3. streven naar grondstof-zekerheid en een gezamenlijke defensie-industrie.
De drie hindernissen zijn: 1. gebrek aan focus bij de lidstaten in regelgeving, 2. gebrek aan samenwerking binnen de EU op het terrein van innovatie en defensie-industrie en 3. trage besluitvormingsprocessen binnen de EU.
Weliswaar zet het rapport in op groei, maar wel in een context van sociale inclusie. Dat wil zeggen, dat de actiepunten noodzakelijk zijn om de zorgsamenlevingen in de EU in stand te houden.
Dat alles vraagt om veel geld: 800 miljard per jaar, zo’n 5 % van het bbp! Draghi speculeert daarbij niet op belastingverhogingen, maar op de Europese kapitaalmarkt en Europese leningen. Wel lijken, volgens het rapport, fiscale stimulansen nodig om ‘private investment’ los te weken. Als daarmee is bedoeld investeringen van een bedrijf fiscaal te faciliteren, zou ik grote aarzeling hebben. Denk aan het failliet van de WIR destijds. Anders kan dat liggen voor particulier spaargeld. In het rapport ‘Wennink’ van december 2025 ( De route naar toekomstige welvaart) leest men dat, om spaargeld los te maken, Nederland naar Zweeds voorbeeld een investeringsspaarrekening (ISK) moet introduceren. In Zweden heeft dat volgens dit rapport tot meer investeringen en een significant hoger rendement op spaargeld voor burgers geleid.
Onder druk wordt alles vloeibaar. Het rapport ‘Draghi’ zou het daglicht niet hebben gezien als de geopolitieke en de economische verhoudingen niet zo drastisch zouden zijn veranderd. Tegen de achtergrond van die dramatische veranderingen is de dwang tot intensieve gecoördineerde samenwerking, die nu meer dan ooit op de Europese lidstaten komt te liggen, een zegen. Daarbij zijn niet zozeer de precieze activiteiten van belang, maar veeleer de richting ervan.
Uiteindelijk zullen ook fiscale maatregelen in deze richting worden meegesleept. Alles condenseert immers hoe dan ook in het belastingstelsel. Wij willen namelijk alles: én een economisch sterk Europa én een sociaal Europa. Helaas zullen we weinig kunnen uitrichten met de vennootschapsbelasting. Het tarief daarvan wordt internationaal bepaald. Zolang de VS aan hun neoliberale doctrine met lage belastingdruk blijven vasthouden, zal ook in Nederland het tarief van de Vpb relatief laag blijven. Anders ligt dat met persoonlijke belastingen. De verhoogde defensie- en investeringsopgaven waar Nederland voor staat, worden aangevuld met de financieringsopgaven van de vergrijzing en van de zorg in het algemeen. Denk er maar eens over na welke belasting daaraan het best een bijdrage zou kunnen leveren.
Terug nu, tot slot, naar Caligula. Het is hem niet goed vergaan. Hij werd vermoord door zijn eigen Pretoriaanse Garde. Er is een prachtig schilderij van Laurens Alma Tadema die de scene na de slachtpartij verbeeldt. Je ziet het lijk van Caligula eigenlijk niet liggen. Het gaat schuil onder het lijk van een vrouw, waarschijnlijk dat van zijn echtgenote. Je ziet, als je goed kijkt, wel twee voeten met sandalen onder dat andere lijk uitsteken. Soldatenlaarsjes. Want zo luidde zijn koosnaam. Caligula betekent soldatenlaarsje.
Maar, Caligula verdween, Rome bleef.
Zo zal het ook in de VS gaan. Administraties daar komen en gaan. De VS blijft. En daarmee ook de gewijzigde verhouding ten opzichte van Europa.
