Brede welvaart en belastingen: op zoek naar verdere onderzoeksfinanciering

Gepubliceerd op: 30/01/2026

Naast onderwijs en coördinatie ben ik bij het Fiscaal Instituut Tilburg graag bezig met het verder brengen van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van belastingen. Bij dat onderzoek heb ik bijzondere aandacht voor de raakvlakken met brede welvaart en voor Europees en internationaal belastingrecht. Brede welvaart is ook een strategisch speerpunt van Tilburg University,1 met verschillende programma’s en projectsamenwerkingen waar belastingen ook een rol in spelen. Dat biedt allerlei relevante en interessante onderzoeksmogelijkheden. 

Tegelijkertijd is het een uitdaging om tijd en ruimte te vinden voor dergelijk onderzoek. Dat is geen eenvoudige opgave. Een belangrijke facilitator voor tijd en ruimte is financiering. En aan dat laatste is (chronisch) gebrek, welk gebrek helaas nog verder toeneemt in een tijd van forse bezuinigingen.2 Op zoek dus, naar de wenselijke en nodige verdere onderzoeksfinanciering.  

Financiering onderzoek met tweede en derde geldstroom  

Een mogelijkheid om extra tijd en ruimte te creëren is door middel van (succesvolle aanvragen voor) onderzoekssubsidies. In oktober 2025 heb ik in dat kader een aanvraag voor een zogenoemde Starting Grant ingediend bij de door de Europese Commissie opgerichte European Research Council.3 Die Starting Grant biedt de mogelijkheid aan early career-wetenschappers om hun onderzoek verder vorm te geven en daarbij als onderzoeksleider ook andere onderzoekers te betrekken en aan te sturen. Ik val nog binnen de definitie van een early career-wetenschapper. Het betreft namelijk onderzoekers met een wetenschappelijke track record én met hoogstens 7 jaar ervaring sinds de voltooiing van hun doctoraat – de verdediging van mijn proefschrift was op vrijdag de 13e in december 2019.4

Dergelijke startsubsidies kunnen door de European Research Council worden toegekend tot een bedrag van 1,5 miljoen euro voor een periode van vijf jaar. Dat klinkt als - en is ook - heel veel geld. Tegelijkertijd is dat geld ook weer snel besteed, bijvoorbeeld als wordt gerekend met een deeltijd-salaris voor een periode van vijf jaar voor de onderzoeksleider, een postdoctoraal onderzoeker en een promovendus.  

ERC Starting Grant-onderzoeksvoorstel: TAXWELL 

Het ERC Starting Grant-onderzoeksvoorstel dat ik in oktober 2025 heb ingediend betreft een project met de aanduiding TAXWELL: Tax Systems for Broad Welfare, Equity, Legitimacy and Longevity.5 Het doel van TAXWELL is te onderzoeken hoe belastingstelsels kunnen worden beoordeeld en hervormd op een manier die vanuit brede welvaartsperspectief wenselijk is en die resulteert in een rechtvaardig, legitiem en duurzaam belastingsysteem. In bestaand onderzoek en beleid worden belastingmaatregelen vaak benaderd vanuit één invalshoek (bijvoorbeeld efficiëntie, effectiviteit, of rechtvaardigheid), terwijl in de praktijk meerdere waarden tegelijkertijd een rol spelen. 

TAXWELL is er daarom op gericht een nieuw wetenschappelijk beoordelingskader te ontwikkelen dat belastingbeleid systematisch analyseert vanuit meerdere normatieve perspectieven tegelijk, zoals rechtvaardigheid, gelijkheid, effectiviteit, eenvoud en legitimiteit. Het voorgestelde onderzoek bestaat kort gezegd uit twee samenhangende fasen: fase een beoogt het ontwikkelen van dat nieuwe wetenschappelijke en multiperspectieve beoordelingskader. In de tweede fase wordt het ontwikkelde beoordelingskader toegepast op concrete en actuele belastingvraagstukken, zoals groene belastingen, vermogensbelastingen en belastingheffing in de digitale economie.  

Het onderzoeksvoorstel TAXWELL bouwt daarmee voort op een belangrijk deel van mijn eerdere wetenschappelijke publicaties, waaronder mijn proefschrift. Bovendien maakt het onderzoeksvoorstel onderdeel uit van het overkoepelende onderzoeksprogramma waar het Fiscaal Instituut Tilburg samen met het Departement of Private, Business & Labour Law aan werkt, genaamd Connecting Responsible Organizations.6 Dat overkoepelende onderzoeksprogramma draait om het verbeteren van traditionele regelgevingskaders ten behoeve van nieuwe en duurzame vormen van samenwerking tussen organisaties en hun stakeholders.  

De vervolgstap zal nu zijn dat mijn ERC-onderzoeksvoorstel wordt beoordeeld. Dat gebeurt door een panel van internationale peer reviewers die beoordelen of het ingediende onderzoeksvoorstel excellent is. Dat is voor de indiener (ondergetekende) best spannend. De ervaring leert dat er veel aanvragen worden ingediend en statistisch gezien is de kans van slagen vrij klein. Tegelijkertijd denk ik dat ik een vernieuwend, ambitieus en tegelijkertijd realistisch onderzoeksvoorstel heb neergelegd op een belangrijk thema met grote wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie. In de loop van dit jaar hoor ik erop terug als het goed is.  

Onderzoeken vraagt om afwegen 

Voorgaande roept bij de lezer misschien wel een vraag op. Ik begon namelijk met benoemen dat het vinden van tijd en ruimte voor onderzoek uitdagend is. Leidt het meedingen voor dergelijke onderzoekssubsidies – met statistisch gezien een vrij lage kans van slagen terwijl er veel tijd en werk in de aanvraag gaat zitten – er niet juist toe dat ik voor mijn onderzoek effectief nog minder ruimte overhoud? Dat is een aandachtspunt waar onderzoekers zich bewust van moeten zijn. Toch denk ik dat het in mijn geval vanuit onderzoeksperspectief geen verspilde tijd en moeite is, ook niet in het geval de subsidie onverhoopt niet zou worden toegekend. Het neerzetten van het onderzoeksvoorstel dwingt immers tot nadere concretisering van mijn lange-termijn onderzoeksplan en geeft daarmee uitvoering aan de prioriteit die ik de komende jaren wil geven aan onderzoek. Bovendien zou een toegekende onderzoekssubsidie niet alleen voor mijzelf tijd en ruimte faciliteren maar ook voor de andere onderzoekers die ik er dan bij kan betrekken - zoals de eerder genoemde postdoctoraal onderzoeker en promovendus. Ook dat is in meerdere opzichten bouwen aan onderzoek.  

Een en ander sluit ook aan bij mijn wetenschappelijke ‘goede voornemen’ dat ik direct gestalte heb gegeven: net als tijdens de eerste jaren van mijn promotieonderzoek ga ik borgen dat ik minimaal een werkdag per week volledig vrijhoud en besteed aan onderzoek. Want naast tijd en ruimte is dat een ander en volgens mij noodzakelijk ingrediënt voor onderzoek: de discipline om het te doen en – in mijn beleving – het ook jezelf gunnen om aan wetenschappelijk onderzoek te werken.  

Mart van Hulten – universitair docent bij het Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University (m.j.vanhulten@tilburguniversity.edu); tevens fiscaal jurist (counsel) bij Lubbers, Boer & Douma. 

___________________________________________

[1] https://www.tilburguniversity.edu/nl/samenwerken/programma-brede-welvaart

[2] https://www.universiteitenvannederland.nl/actueel/nieuws/bezuinigingen-op-universiteiten-lopen-verder-op

[3] Zie https://erc.europa.eu/apply-grant/starting-grant.

[4] Het proefschrift is publiekelijk beschikbaar via https://research.tilburguniversity.edu/en/publications/aiming-for-well-being-through-taxation-a-framework-of-caution-and-2.

[5] https://research.tilburguniversity.edu/en/projects/tax-systems-for-broad-welfare-equity-legitimacy-and-longevity-a-f/

[6] https://www.tilburguniversity.edu/nl/over/schools/law/departementen/pbll/onderzoek